Tot aan de vijftiger jaren van de vorige eeuw stonden de kelderplanken bij vrijwel iedereen vol met kleurige potten zelf geweekte zomergroenten, fruit en vlees. Jutezakken met aardappels hield men koel op de keldervloer en op zolder lagen gerimpelde appeltjes en stoofpeertjes uitgespreid. Vlees werd ook vaak gedroogd, gerookt of gepekeld en eieren werden bewaard onder waterglas. Het was onmogelijk om de winter door te komen zonder zo'n colletie conserven, de trots! en vreugde van de huisvrouw.
De moderne technologie heeft de meeste van deze huiselijke rituelen overbodig gemaakt. Desondanks zijn de traditionele gerechten van ieder land gebaseerd op ingredienten van vroeger en daarom houden Nederlanders nog steeds van gerookt en gepekeld vlees, gedroogde vruchten en ouderwetse groenten. Een kwestie van collectieve nostalgie. Deze pagina's gaan over de drie pilaren waarop de Nederlandse keuken rust:
Aardappels, Groenten en Vlees.
In 1588 al bracht botanist Clusius twee aardappels mee uit Wenen, maar de plant bleef een bezienswaardigheid in de Leidse Hortus Botanicus en een specialiteit voor de hogere klassen. Toentertijd at men gewoonlijk brood bij de hoofdmaaltijd. Pas aan het einde van de achttiende eeuw werden aardappels populair als gevolg van herhaalde graanmisoogsten. En zo is de aardappel basisvoedsel geworden. Nederlanders hebben zich ontwikkeld tot echte kenners en kunnen nu kiezen uit minstens 44 soorten.
De meeste mensen houden ervan hun bord vol te laden met veel groente en zijn vaak verbaasd over de minieme porties die ze in andere Europese landen voorgezet krijgen. Als zeevarende natie concludeerde men hier al vroeg dat verse groente en fruit scheurbuik bij zeelui konden voorkomen en na de ontdekking van vitamine C in 1928, werd het belang daarvan door campagnes onderstreept. Dit alles maakte de Nederlanders grote producenten en consumenten van groente en fruit.
Het derde essentiele element van een goed hoofdgerecht is vlees. Vooral in de streken met veel drassige weidegrond, enkel geschikt voor veeteelt. In minder bedeelde gebieden echter en in de steden waren vleesloze dagen tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw heel normaal bij veel Nederlandse families, ook buiten de vastentijd.